Toegewijde enthousiastelingen van standing sideways zijn in elk Alpenland sterk vertegenwoordigd, zowel in de vorm van grote namen als in die van verborgen talenten. In deel een bezoeken we onder andere local Gigi Rüf in het Vorarlbergse Damüls en ontdekken we de historie van het Italiaanse Livigno.

WOORD // MIRTE VAN DIJK                       BEELD // VERNON DECK

Hoewel elke cultuur anders is, lijkt snowboarden overal hetzelfde te betekenen. We reden dwars door de vijf Alpenlanden en bezochten vijf totaal verschillend gebieden op zoek naar pro’s die ons de inside-outs konden vertellen over de snowboardlifestyle, historie en cultuur van hun thuisberg. De charme van snowboarden is niet alleen poeder najagen, grote kickers springen of het maken van de meest perfecte vitelli-turn, maar het is juist het rijden met gelijkgestemden die dit unieke gevoel allemaal met elkaar delen. Onze zoektocht naar de free spirits die opgroeiden op de spot start in het Bregenzerwald.

First Stop: Damüls Stop – Oostenrijk

Diep verborgen in het Bregenzerwald van Vorarlberg ligt Damüls, een oud boerendorp in een idyllische backdrop, waar een gemiddelde sneeuwval van negen meter per jaar normaal is. Elke inwoner van het kleine dorp heeft veel respect voor de natuur, cultuur en historie van dit unieke gebied en daar kun – en wil – je als toerist niet omheen. Het terrein wordt gekenmerkt door de vele treeruns en natuurlijke glooiingen, uitgestrekt over langgerekte heuvels die overgaan in hoge pieken en die vrij toegankelijk zijn voor freeriders.

Een goede warming-up, want het park ligt over drie pistes verspreid. De run van top to bottom is zo gevarieerd dat je minimaal drie laps moet maken om alles gezien te hebben en het verantwoordelijke brein achter deze set-up is Thomas Alton. Op zeventienjarige leeftijd geïnspireerd door de klassieker The Resistance, wist Thomas een meeting met de baas van Damülser Bergbahnen te organiseren en hem ervan te overtuigen dat er een Snowpark moest komen. De baas zei ‘oké’ en Thomas’ noeste arbeid rondom het ontwerpen, bouwen en ontwikkelen van het park, met hulp van de locals, wierp zijn vruchten af. En dat doet het nog steeds, want het snowpark is een meetingpoint voor beginners en pro’s, bekenden en onbekenden, jong en oud. En ze kennen Thomas allemaal. We spreken af met Daniel Vonach en David Loibl, twee locals die hier in deze bijzondere vallei opgroeiden. Ze rijden op een verrassend indrukwekkend hoog niveau, maar dat talent is vooral zichtbaar voor de Vorarlbergers. Dit is hun home base en na een middag met deze twee locals op pad te zijn geweest, begrijpen we erg goed waarom ze het grootste gedeelte van de winter gewoon op hun thuisberg te vinden zijn. Damüls blijkt de perfecte spot voor iedereen die progressief wil rijden. Ongeacht je niveau, je kunt hier altijd samen shredden zonder dat er iemand achterblijft.

Tijdens een korte pauze in het Snowpark zien we nieuwsgierige kids verlegen naar Thomas zwaaien en vaste parkgangers een praatje met hem maken. Een van die vaste crewleden lijkt ons bekend voor te komen, zijn herkenbare en stijlvolle rijstijl doet ons denken aan… nee… Gigi Rüf?

Thuis bij Gigi Rüf

‘Dit is thuis.’ Gigi krijgt een grote glimlach op zijn gezicht. Hij staart naar de dik besneeuwde glooiende bergkammen recht voor ons in het landschap. Hij woont nog steeds op een steenworp afstand van het gebied en ook al reist hij de hele wereld rond, hij heeft deze vallei nooit echt verlaten. ‘Ik vind het nog steeds leuk om op deze berg te snowboarden, alles begon hier, in Damüls. Toen ik elf jaar oud was wilde ik altijd de coolste op de berg zijn, ik wilde alleen maar met de goede rijders op pad. Ik las alle magazines om erachter te komen wat cool was, ik bestudeerde de trends, de tricks en wilde in een club. Alle goede rijders zaten bij een club, maar er was geen snowboard association. Het was een DIY-ding. Als ik meedeed met een wedstrijdje, dan kon mijn moeder er niets over terugvinden in de plaatselijke krant en dus moest ik haar ervan overtuigen dat snowboarden echt wel een ding was. Het enige ding dat ik echt wilde. Ik speelde met vuur, want ik kom uit een katholiek gezin. Mijn grootmoeder waarschuwde me al voor de kinderen die in de kerk een boer lieten, daar moest ik maar bij uit de buurt blijven. Snowboarders hadden een iets slechtere reputatie dan dat…’, lacht Gigi. ‘Maar toen mijn enthousiasme voor de sport en de lifestyle het overnam en serieus begon te worden, stonden ze ervoor open en werd snowboarden geaccepteerd.

Het was leuk om op deze berg op te groeien, om hem van top tot teen te bestuderen en mijn eigen route te plannen. Het terrein is perfect, de onderlaag is namelijk voornamelijk gras en er liggen nauwelijks stenen en rotsen. Een kleine dump is al voldoende om de natuurlijke rollers en halfpipe te vullen. Mijn favoriete afdaling was de run onder de Uga-lift, dat leek wel een funpark, nog voordat het Snowpark Damüls gebouwd was. Liftruns zijn het beste om je bovenbenen te trainen. Bij liftpaal nummer tien kon je echt alle tricks senden. Ik denk dat ik daarom ook sterker ben geworden in switch backside, alles in die run moest je namelijk frontside op de heelside aanrijden. Ik merk nog steeds dat alles wat ik in die tijd leerde nog steeds het leukste vind om te doen, ik ben er ook het beste in. Hier in Damüls heb ik de basis geleerd en heb dat overal op de wereld met me meegenomen. Dat is waarom ik zo’n hechte band heb met deze berg, alles waar ik van droomde is werkelijkheid geworden. Damüls heeft me leren snowboarden en als deze berg er niet was,’ legt Gigi uit terwijl hij knikt naar de ondergaande zondie langzaam achter de toppenverdwijnt, ‘dan zou ik een heel andere rijder zijn geworden.’

De grens over

We nemen afscheid van de prachtige bossen in Vorarlberg en rijden richting Livigno, Italië. Zodra je de grens over bent, merk je al een subtiele verandering in de cultuur. En dat heeft niet per se iets te maken met de verkoop van verse pizza’s, maar vooral met de historie. De nomaden werden tijdens hun stop in Livigno verliefd op haar natuur. Ze bleven, maar ze leefden er in zware armoede. Er was niets, uitsluitend de wilde natuur en haar schoonheid, waarin iedere nomade nog moest jagen om in leven te blijven.

Tot aan 1952 had geen enkele nieuwsgierige reiziger toegang tot de bergen van dit kleine paradijs. Toen de eerste lift eenmaal gebouwd werd, kwam het toerisme langzaam op gang. Het gebied werd al snel ontdekt door alpinisten en wintersportliefhebbers, maar Livigno had nog steeds te kampen met armoede: er was geen geld om verder te ontwikkelen. De buren in Zwitserland en Oostenrijk schoten te hulp door middel van taxfree handel, het bouwen van een enorme stuwdam, het aanleggen van een tunnel en de ontwikkeling van het eerste skiresort. Ruim vijftig jaar later hebben de Italianen alles overgenomen en is het dal nu eigendom van de Italiaanse cultuur. Livigno werd al snel een geliefde plek voor wintersporters en daar waren de Italianen best trots op. Zo trots dat er tot op de dag van vandaag nog steeds een gezonde competitie heerst tussen Caroselloen Mottolino, de twee verschillende skiresorts in het dal.

Liefde uit Livigno

Freeriders kunnen grote kommen gevuld met poeder en enkele serieuze lijnen vinden aan de kant van Carosello, waar de hellingen net wat ruiger zijn dan in Mottolino. Mottolino is op zijn plaats weer de uitgelezen plek voor freestylers, het enorme snowpark liegt er niet om en het gebied daagt zichzelf uit om het beste park van Italië neer te zetten. Het maakt niet uit welk niveau je hebt, in Mottolino ligt er niet alleen voor pro’s de ultieme lijn.

Het park heeft zich de laatste tien jaar uitgebreid en heeft nu XS-, S-, M- en L-lijnen. Nicole Bonini, de head shaper, vertelt: ‘Hier in Mottolino hebben we de ruimte en mogelijk- heden voor grote events, wedstrijden en trainingsdoeleinden. We krijgen dan ook echt de kans om in het park te investeren en door tegroeien.’ Nicole kent bijna elke rijder die door het park cruist bij naam en als dat niet het geval is dan zal het niet lang duren. Elke dag shapet hij met plezier de obstacles voor elke bezoeker, beginner of pro. ‘Ik hou écht van mijn werk. Ik zou zo elke dag het park voor iedereen opnieuw bouwen als ze me dat zouden vragen! Het enige wat ik op dit moment mis is de halfpipe, maar we kunnen tegenwoordig in ieder geval wat grondwerk verrichten voor de kickers.

We zitten zo dicht bij het National Park dat we te maken hebben met een heleboel regelgevingen, met de toestemming voor het grondwerk zijn we dus heel blij. Eigenlijk leveren we nog steeds dezelfde kwaliteit als tijdens de dagen dat we grote events hosten. Maar op de een of andere manier zijn we veel rijders kwijtgeraakt en we willen heel erg graag dat ze weer terugkomen! Het is hier best gezellig’, lacht Bonini en hij probeert ons ervan te overtuigen dat dit de beste plek van heel Italië is. ‘Het eten is hier goed, het gebied is relatief goedkoop en het park… het park is the best. Mottolino zorgt goed voor zijn mensen, van werknemer tot toerist.

’We moeten eerlijk toegeven dat de sfeer erg welkom en relaxed is op dit stukje berg. Niet alleen in het park, maar in het hele dal. Livigno is toegankelijk en met twee grote skigebieden gelegen aan beide zijden van de berg, komt niemand iets tekort in dit prachtige dal. En als je hier eenmaal geweest bent, dan begrijp je direct waarom de nomaden hier niet meer zijn weggegaan.

In deel twee van Roots bezoeken we La Grave met de Franse snowboardpionier Régis Rolland, gaan we de adembenemende gletsjer van Saasfee op onder leiding van Frederik Kalbermatten en eindigen we onze reis in Oberstdorf, Duitsland, te midden van een enorme community tijdens een banked slalomwedstrijd.


Dit artikel is afkomstig uit Snowboard magazine Taste Jaargang 19 nummer 1, Deze kun je nabestellen in de webshop. Maar natuurlijk kun je het best abonnee worden, zodat je niks meer hoeft te missen. Digitale uitgaven zijn ook altijd verkrijgbaar in onze Soul Kiosk App.