Het landschap zoeft aan ons voorbij wanneer we in de knalrode trein richting Valais – of Wallis – zitten. De koeien zijn veranderd in zwart met witte vlekken en de bordjes met plaatnamen zijn onleesbaar geworden, maar een ding is in ieder geval de gehele reis haarscherp zichtbaar: de besneeuwde pieken die met hun scherpe rotsformaties afsteken tegen de horizon.

Tekst & Beeld: Mirte van Dijk 

In onze verbeelding gaat Zwitserland vaak gepaard met idyllische dorpen, adembenemende landschappen en eigenlijk toch ook wel fantastische sneeuw. En terecht. Elk bezoek aan dit land, en met name in de provincie Valais, worden verwachtingen steeds weer overtroffen. Hoewel Val d’Anniviers ook ruim aan dit idyllische plaatje voldoet, heeft deze vallei toch een ander karakter dan we van het uitbundige Valais gewend zijn. Op het station in Sierre ligt het startpunt van Val d’Anniviers. Sierre is tevens de wijnhoofdstad van Zwitserland, de “Petite Arvine de Sierre” groeit hier gewoon om de skigebieden heen. Het geluid van trein ebt weg, hij is alweer vertrokken naar de volgende bestemming. Net als wij, want vanuit Sierre is de busrit nog ruim een half uur tot aan Grimentz-Zinal dat aan het einde van het dal ligt. De weg die onze bus aflegt kronkelt over het asfalt langs de skigebieden Vercorin en Saint Luc-Chandolin, bestemmingen.

voor zowel de hele familie als de doorgewinterde freerider. Deze uiteenlopende vorm van toerisme is hier geen uitzondering. Met een skipas voor het hele dal heb je toegang tot ruim 220 kilometer piste, drie snowparken en diverse freeride-area’s tussen de 1300 en 2900 meter hoogte. In Zinal is er tevens een Avalanche Trainings Center, waar je kunt oefenen met je lawinepieper en waar je je redding vaardigheden kunt bijschaven. Een welkome toevoeging wanneer je bedenkt dat zich hier tevens vijftien freeride afdalingen van meer dan 1000 hoogtemeters bevinden. Omringd door bergen die ver boven de vierduizend meter rijzen, voelen we ons erg klein. Een gevoel dat waarschijnlijk vele natuurliefhebbers met ons zullen delen.

EEN STUKJE CULTUUR

Wanneer we uit de bus stappen, slaat de ijzige kou in onze gezichten. Ik blaas de koude lucht uit en zie de besneeuwde achtergrond verdwijnen in de mist van mijn adem. Jas dicht, boots dichtknopen en rugzak om, want de gondel van Zinal is al een tijdje open. De zon straalt boven de open witte vlaktes uit, dus dat is waar we beginnen met opwarmen. Sinds drie jaar is Zinal verbonden met Grimentz. Zoals vele dorpen in deze regio, hebben ook hier avontuurlijke Britten de eerste hand gelegd aan de bouw en ontwikkeling van het toeristische leven. De lokale bevolking was destijds nog te bang om hoog de bergen in trekken, bang voor de aldaar verborgen gevaren. En dus bouwden de Britten in 1882 het allereerste hotel van de vallei, Hotel Weisshorn (op 2337 meter), een hotel dat nog altijd het gehele jaar door geopend is. Het wordt ons al snel duidelijk dat Val d’Anniviers geen uitgesproken massatoerisme kent.

Zowel Zinal als Grimentz is een authentieke boerendorp, zonder veel hotels of opvallende activiteiten voor toeristen. Maar liefst vijftig procent van de toeristen bestaat uit Zwitsers. Het behouden van cultuur en historie staat in deze vallei bovenaande lijst van prioriteiten, wat het karakter van de dorpen siert. Aangezien het toerisme vrij discreet ontwikkeld wordt is Val d’Anniviers daarom een onopvallende locatie voor de Nederlanders. We zijn wellicht niet op zoek naar een avondje wijnproeverijen – alhoewel de unieke 125 jaar oude gletsjerwijn wel de moeite waard is qua ervaring (niet qua smaak) – maar freeriden tot zonsondergang, splitboarden, huttentochten, topbeklimmingen, paragliden, sneeuwschoenhiken, rodelen, een via ferrata doen, ijsklimmen en avalanche trainingen staan zeker wel op onze to-dolijst. En dus stappen we vandaag direct bij aankomst in de gondel, want voor je het weet kom je tijd en ogen tekort.

HET HEK VAN DE DAM

We strappen in op het hoogste punt van het skigebied in Zinal, de Corne de Sorebois op 2896 meter hoogte. Het uitzicht over de vallei aan de achterzijde van het gebied reikt ver tot aan het volgende bergmassief, waar de Dent Blanche, Weisshorn en Matterhorn bij zuiver licht bovenuit pieken. Aan deze zijde ligt het enorme Lac de Moiry, een stuwmeer waarvan de dam de verbindingsweg met Grimentz vormt. Het is eigenlijk veel te warm voor deze afdaling, de sneeuw is ijzig glad geschraapt en de zon prikt in onze ogen. Een duik in het helblauwe meer lijkt nu verleidelijk, maar helaas is het nog net koud genoeg om de ijsplaat op het water intact te laten. Wanneer we indroppen glijden we heel gemoedelijk richting het meer.

Niks is moeilijk aan deze afdaling, elke beginnende freerider zou hier van de het mooie uitzicht kunnen genieten. Toch rijst er een vermoeden dat ons nog iets ingewikkelders dan dit te wachten staat en dat gevoel blijkt binnen tien minuten bewaarheid. In plaats van de dam via het mooie wandelpad over te steken en aan de overkant van het dal verder af te dalen, duikt de gids nog voor de dam een couloir in. In het begin ziet het er nog wel leuk uit, maar naarmate de dam naderbij komt, des te meer een gevoel van ongemak de overhand krijgt. Een loodrechte muur van beton aan de ene kant, scherpe rotsen aan de andere en een couloir van twee bochtjes breed, 100 meter lang en ongeveer 45 graden steil gevuld met ijzige blokken, dat is het uitzicht recht vooruit.

De dam is 148 meter hoog. Helmaal daaronder verdwijnt het oranje jasje van de gids de hoek om. Slik. Een blik links, een blik rechts, de anderen lijken met eenzelfde gevoel in hun lijf te zitten. Langzaam schuiven we een voor een het couloir in. Handschoenen schuren langs de rotspartij, het board kraakt over het ijs, lichte opstuivende sneeuw prikt in de ogen – het moet zonder goggle om enigszins wat te kunnen zien in de schaduw. Wie dacht dat het al warm was voor de tijd van het jaar heeft het mis, een waterval van zweetdruppels loopt ineens over de rug. Een hardlooprondje in 35 graden Celsius, daar doet het allemaal sterk aan denken.

Na een kleine vijf minuten schuiven is er eindelijk ruimte voor een bochtje. Even diep inademen, uitademen en door naar beneden, het hoekje om, waar de gids in zijn T-shirt staat te zonnen. Groot gelijk heeft ie. Via de route die langs de dam loopt, waar ook een makkelijkere variant van is, kom je uit in Griment.

De supermoderne lift vormt een groot contrast met de eeuwenoude huizen uit 1600, die tot op de dag van vandaag nog altijd in hun originele staat bewoond worden door de lokale inwoners van Grimentz. Na de enorm lange afdaling, die met een bak verse poedersneeuw een stuk makkelijker is, neem je de gondel omhoog terug richting Zinal of ga je verder richting de rest van het skigebied in Grimentz. Net zoals in Zinal staat ook in Grimentz het freeriden centraal. De pistes sluiten aan op diverse routes die in allerlei varianten door zowel gevorderden als beginners te volgen zijn. Onze gids ziet aan onze gezichten dat het eerder tijd is voor een goede lunch in plaats van meteen een nieuwe run over hardpack en ijs. En zoals het vaak gaat in Zwitserland, hoort bij de lunch een goede wijn, moet je na het middageten even uitbuiken en wil je het liefste een siësta doen… Rond vier uur duiken we nog twee afdalingen in, maar wanneer de zon rond vijf uur langzaam achter de muur van bergtoppen verdwijnt, glijden wij terug naar de bus.

De locals laten dit dorp zachtjes bruisen, precies genoeg voor een aangenaam weekendje weg zonder poederstress. Het lijkt wel off season, heerlijk. Morgen weer zo’n dag.


Dit artikel is afkomstig uit Snowboard magazine Taste Jaargang 19 nummer 2, Deze kun je nabestellen in de webshop. Maar natuurlijk kun je het best abonnee worden, zodat je niks meer hoeft te missen. Digitale uitgaven zijn ook altijd verkrijgbaar in onze Soul Kiosk App.