De Mont Blanc staat op de wishlist van velen. Misschien vanwege haar imposante uiterlijk, de ijle lucht of wellicht is het de ongelofelijke overview vanaf het hoogste topje van Europa wat de avontuurzoekers aantrekt. Meestal zijn het alpinisten of tourskiërs die de berg willen beklimmen, maar deze keer waren het twee snowboarders: Stefan Boers en Gilbert Smink.

Woord – Stefan Boers, Mirte van Dijk

Beeld – Gilbert Smink, Roeland van Oss , Stefan Boers


In onze oude Volkswagen T3 camper, volgepropt met splitboards en alpinismespullen, tuffen we Chamonix binnen. De top ligt er nog net zo mooi bij als vorig jaar, toen stonden we erbij en keken we ernaar vanaf de Aguille du Midi. Over vijf dagen staan we hopelijk wel op de 4810 meter hoge top. Althans…

 

Het originele plan is om in vijf dagen de top te bereiken. De eerste drie dagen zijn bedoeld om te wennen aan de hoogte. Heb je wel eens geklommen op 3000 meter hoogte? Nou, daarna nog zo’n twee kilometer hoger. Dat is net zoiets als tijdens het hardlopen door een rietje ademen: dat merk je echt wel! Op de vierde en vijfde dag staat de beklimming plus afdaling van de Mont Blanc gepland. Het is een mooi en haalbaar plan. Slechts een ding zit tegen, namelijk de weersvoorspellingen. Klein detail. Aangezien we ons op hoogalpien terrein bevinden, moeten we in overleg met de gids (Roeland van Oss) besluiten het plan in te korten. Van de vijf dagen zal nu alles in slechts drie dagen moeten gebeuren. En dat betekent slechts een dag acclimatiseren. Gilbert en ik kijken elkaar aan. Gaat dit ons echt lukken? Staan wij over drie dagen op die top?


Dag 1. Klaar voor de start?

 

 


We starten in Courmayeur, waar we de lift omhoog nemen naar bijna 3400 meter. Vanaf hier begint onze mini hoogtestage. Door een kleine tour langs een gedeelte van de Vallée Blanche te maken, kunnen we al wat wennen aan de ijle lucht. Het is erg warm tijdens het splitboarden en onze lawine-airbags zijn eigenlijk veel te zwaar. Gilbert vraagt zich zachtjes af waar hij in godsnaam aan begonnen is. We oefenen met ons materiaal, met name de stijgijzers en het touw. Roeland springt nog even een gletsjerspleet in om ons te testen en na een heftige ruk aan het touw en een klein stressmoment later zijn we weer een ervaring rijker. Geen pretje kan ik je vertellen. ’s Avonds slapen we in de Torinohut op 3400m. Geen goed begin, want in de slaapzaal heeft er één duidelijk last van de hoogte. Hij hangt de hele nacht boven de plee en houdt ons daardoor wakker. Nog twee dagen te gaan.


Dag 2. Gedoe

 


De volgende ochtend vertrekken we, via een korte tussenstop in Chamonix, naar Plan du Midi – het tussenstation van de gondel op de Aguille du Midi. Vanaf hier stappen we direct een hele zware traverse in. Zelfs met crampons onder ons splitboard blijven we wegglijden en verplaatsen we ons daardoor heel moeizaam. De skintracks zijn een dag eerder gemaakt door tourskiërs met smalle langlaufski’s; hierdoor passen onze brede splitboardlatten niet lekker in het spoor. Wat een gedoe! Na de traverse lijkt het iets beter te worden, ook al moeten we tussen de eerste gletsjerspleten doorslingeren. Nog een stukje relaxed omhoog zigzaggen en we arriveren bij de Grands Mulets hut. De Grands Mulets is gebouwd op een rots. Het schijnt dat het hoogteverschil tussen sneeuw en ingang vroeger een stuk minder extreem was. Inmiddels is de gletsjer zover teruggetrokken, waardoor je met een via ferrata omhoog naar de ingang moet klimmen. Zo. Dat hebben we ook weer overleefd. Eten en naar bed. Nog een dag te gaan.


Dag 3. Het moment van de waarheid

 


Om een uur ’s nachts gaat de wekker. Tijd voor het ontbijt. We willen zo vroeg mogelijk vertrekken, want als de zon eenmaal begint te schijnen dan neemt het aantal risico’s toe. Een lawinegevoelig gebied en een warme voorjaarszon is namelijk geen goede combinatie.We zijn niet de enige deze ochtend. In een soort lampionnen optocht sjokken we traag naar boven. Iedereen in zijn eigen groepje. Splitboards maken plaats voor stijgijzers. Sjokken gaat over in klimmen. We zitten met zijn drieën vast aan één touw. Ik weet niet hoe laat het is, maar de zon begint al langzaam op te komen. De traag opkomende zon verwarmt langzaam de hoogste toppen van de omliggende bergen. ‘Stefan, kijk eens naar boven!’ gilt Gilbert. En daar is ze dan. Goudgekleurd door de eerste zonnestralen. De top van de machtige Mont Blanc. Het geeft een heerlijk gevoel en ik krijg zelfs nieuwe energie om het laatste stuk naar de top af te leggen. We zijn al ruim boven de 4000 meter en vanaf hier hebben we goed zicht op de noordzijde van de berg. Hij ligt er perfect bij! De wind heeft nog geen invloed gehad op de laatste sneeuwval, waardoor we zachte poeder kunnen gaan verwachten. Ik krijg nu al zin om de top aan flarden te rijden!

 

Op een hoogte van 4400m klimmen we op onze stijgijzers het laatste stukje heel rustig aan, stapje voor stapje over de graat. Na zeven uur klimmen bereiken we sloom, vanwege de ijle lucht, de top. Maar liefst twintig tourskiërs waren ons voor vanmorgen en ze ontvangen ons, de enige splitboarders, met een welkom en warm applaus. Als ik om me heen kijk, valt me direct op dat de top eigenlijk helemaal geen top is. Het heeft iets weg van een vlak plateau waar je met meer dan vijftig man op kan staan, in plaats van een spitse smalle top met een flink kruis erop. Is dit het nou? Ik loop wat verder naar de rand, adem diep in en kijk in de verte. De Aguille du Midi op 3842m ligt ver onder ons en Chamonix is niet meer dan een stipje in het landschap. Je kijkt neer op Italië, Frankrijk en Zwitserland. En als je heel goed kijkt, kan je het meer van Genève zelfs zien liggen. Je hebt echt het gevoel dat je op het dak van de Alpen staat, omdat je boven alle andere bergtoppen uitkijkt. Dít is het. Wat een fantastisch moment.


We zijn er bijna, maar nog niet helemaal

 


Het is natuurlijk best leuk, zo’n bergtop beklimmen. Heel speciaal enzo, maar eigenlijk kwamen we hier voor maar een ding: het is tijd om de noordhelling aan flarden te rijden! ‘Drop in!’ klink het achter me. De afdaling is ongekend lang, maar liefst 2500 hoogtemeters! Tel daar de verse poeder bij op en je kunt je wel voorstellen wat voor genot het is om hier naar beneden te kunnen cruisen. Nou ja, cruisen… het lijkt hier totaal niet op wat we gewend zijn van de rest van de Alpen. Overal steken stukken gletsjer uit tot wel tien meter hoog. Het is echt een doolhof tussen hangende ijsbrokken en diepe gletsjerspleten waar we ons tussendoor naar beneden manoeuvreren. Ik ben blij dat Roeland hier de weg kent en ik helemaal van het rijden kan genieten. Wat een ongelofelijk bijzondere afdaling. Om eerlijk te zijn hadden Gilbert en ik ons fysiek beter kunnen voorbereiden. Dit had ons op wat moeilijke momenten zeker kunnen helpen. Mede door de uitstekende condities en de begeleiding van onze gids Roeland is het ons toch gelukt. Technisch gezien is de Mont Blanc niet zwaar, maar het zijn de hoogtemeters en de duur van de klim waardoor je jezelf meerdere malen tegenkomt, niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Ach, maar het is gelukt! We hebben de noordwand van de Mont Blanc gesnowboard. In de poeder. Met een gigantische glimlach. Hoe vet is dat?


Dit artikel is afkomstig uit Taste snowboard magazine 2015 #2. Mocht je meer reisverhalen, interviews, tips & tricks en nog veel meer willen lezen? Taste snowboard magazine 2015 #2 is los te bestellen in onze webshop. Voor het gemak kun je ook abonnee worden zodat je geen nummer meer hoeft te missen!