De winter kan wat ons betreft niet lang genoeg duren. Het liefste staan we vanaf oktober tot en met mei op onze plank. Puntje van aandacht: waar kan dat tegenwoordig nog? Juist. Op de gletsjer. Maar dit is niet geheel zonder gevaar. 

Woord: Stephan Verheij 

Als de koeien staan te grazen in de Alm is de winter hoog in de bergen al, of nog steeds, in volle gang. In september vallen de eerste sneeuwvlokken en sinds enkele jaren zijn de dumps in mei zelfs legendarisch geworden. Geen verborgen stenen, volgesneeuwde couloirs en verlaten sneeuwvelden. De winter op de gletsjer duurt lang. Heel erg lang. Klinkt ideaal. Toch? Natuurlijk klinkt dat ideaal. Je hoeft namelijk niet meer zo nauwkeurig na te denken over de timing van je vakantie en je kan er vanuit gaan dat er voldoende sneeuw ligt voor een lekkere offpiste run. Zolang je maar een gebied met een gletsjer kiest, want daar lijkt het beste van alle werelden bij elkaar te komen. Ja. Dat líjkt zo. Maar pas op, laat je niet verleiden of bedriegen door haar schoonheid: de gletsjer is gevaarlijk terrein.

Gletsjer

Hoe werkt een gletsjer?
Een gletsjer ligt hoog in de bergen, in de Alpen is dat tussen de 2500 en 4000 meter. Op deze hoogte wordt de sneeuw niet alleen goed geconserveerd vanwege de lagere temperaturen, maar ook vanwege het feit dat veel gletsjers in de Alpen in de schaduw verborgen blijven. Daarnaast werkt een gletsjer ook als een soort grote koelkast waar de sneeuw van onderaf gekoeld wordt. Dit zorgt ervoor dat de eerste en de laatste sneeuw van het seizoen veel langer in tact blijft en dus langer aanwezig is.

Een gletsjer is een grote rivier van ijs die door de bergen naar beneden glijdt. Elk jaar glijdt de ijsmassa langzaam verder. Dit ijs is vaak tientallen tot honderden meters diep en dat zorgt meestal voor een mooie glooiende helling zonder stenen. Ideaal om te freeriden. Het wordt echter een ander verhaal als de gletsjer ineens te snel van richting moet veranderen, dan ontstaan er breuklijnen, ook wel bekend als gletsjerspleten. Dat kan voorkomen als de berg eronder veel steiler wordt, het dal een bocht maakt of er een andere berg in de weg staat. De gletsjers kunnen namelijk maar heel langzaam van richting veranderen, anders beginnen ze te scheuren. Deze scheuren, of spleten, kunnen in de Alpen tot wel veertig meter diep zijn en voor ons, freeriders, grote problemen opleveren. Het freeriden op de gletsjer is dus helaas niet zonder risico’s. Grote torens van blauw ijs en diepe spleten zien er heel indrukwekkend uit vanaf een afstand, maar zodra je dichterbij komt maakt bewondering al snel plaats voor angst. Onder de mooie glooiende poederhellingen schuilt gevaar. Het ene moment zet je dikke sprays en het volgende moment breekt de sneeuw onder je voeten weg en val je in een metersdiep gat van sneeuw en ijs. Als je off-piste gaat op de gletsjer moet je dus heel goed weten wat je doet en heb je veel kennis, ervaring en materiaal nodig. Plus een goede voorbereiding.

Gletsjer

Wat zijn de gevaren?
Het grootste gevaar zijn de gletsjerspleten. Alleen al omdat je niet met zekerheid kan zeggen wáár deze spleten zich precies in het terrein bevinden. Ze kunnen overal op de gletsjer voorkomen. Let extra goed op als de gletsjer van hellingshoek of richting verandert, waar de gletsjer een andere kleur in het sneeuwdek vertoont en langs rotswanden. In het laatste geval kan de de gletsjer een zogenaamde ‘Bergschrund’, zoals ze dat zo mooi in het Duits zeggen, achterlaten. De rotsen warmen namelijk sneller op door de zon dan de aarde onder het sneeuwdek waardoor de gletsjer minder goed hecht aan de rotswand. Hierdoor ontstaat een gapende geul. Op de meest gevaarlijke plekken wil je vaak even stil staan om te kijken hoe steil het precies is en wat er achter zit of een entrance voor het sneeuwveld zoeken. Geen goed idee dus!

Gletsjerspleet

Om te voorkomen dat je in een gletsjerspleet valt, en daar langzaam opgeslokt wordt door het ijs, ben je op de gletsjer vaak aan elkaar verbonden met een klimtouw. Mocht iemand door de sneeuw zakken, dan kunnen de anderen je val breken en je er uit halen door middel van speciale rem- en reddingstechnieken. Een van die manieren is iemand er gewoon uittrekken door middel van het touw. Maar wat als je niet met genoeg man bent om dat te kunnen doen? In dat geval kun je zelf over het ijs uit de gletsjerspleet klauteren of via het touw omhoog te klimmen door het zogenaamde prussiken (red. een touwtechniek die in het Alpinisme gebruikt wordt voor zelfredding). Als dat ook niet lukt of als de gevallen teamgenoot gewond is geraakt, zullen je maatjes je er uit moeten takelen. Hiervoor heb je echter heel wat klimmateriaal nodig: touwen, karabiners, bandschlinges, prussiktouwtjes en een pickel. Een hele rugzak vol. En dan moet je ook nog weten hoe je het allemaal moet gebruiken…

Dit is een artikel uit het Taste snowboard magazine van 2015 Nr 2. Wil je de rest van het verhaal lezen, dan kan je het magazine in onze webshop kopen of word voor het gemak abonnee zodat je alle edities van Taste als eerste thuis bezorgd krijgt.

word-abonnee-banner---taste